Het ware geluk is varkensgeluk

Op deze site staat een mooi artikel over ‘varkensgeluk’:

Het bericht dat Wageningse onderzoekers experimenteren met speelgoed voor varkens haalde alle kranten. Toen filosoof Klaas Rozemond dat las, verslechterde zijn humeur terstond. Het verhaal ondergroef het idee achter zijn boek over varkens en geluk, dat nu in de boekhandels ligt.

Rozemond is de geestelijke vader van het porcratisme: een door hemzelf bedachte filosofische stroming die zegt dat mensen een voorbeeld moeten nemen aan varkens. ‘Varkens zijn met heel weinig gelukkig’, zegt Rozemond. ‘Modder om in te liggen, een dak boven hun hoofd, schoon water en voer. Meer hebben ze niet nodig. Daar kunnen wij met onze consumptiemaatschappij een voorbeeld aan nemen.’ Rozemond is op 31 mei te gast bij Studium Generale. Hij geeft een lezing over zijn boek, Filosofie voor de Zwijnen, waarin hij analyseert wat klassieke filosofen zeggen over geluk, mensen en dieren. Sommige filosofen, vertelt Rozemond, dachten dat alleen mensen gelukkig kunnen zijn. Een denker als Descartes ging daar vrij ver in.Volgens hem waren dieren machines, die überhaupt niet in staat zijn gevoelens te ervaren – laat staan geluk ‘In zijn werk beschrijft Descartes bijvoorbeeld de ontleding van een levende hond’, vertelt Rozemond. ‘Het doel van die vivisectie was de omstanders te laten zien hoe het hart werkt. Tijdens de les snijden wetenschappers het hart uit de levende hond. Ze verwijderen zelfs de bovenkant van de kloppende hartspier. Al die tijd is de hond bij bewustzijn, en jankt hartverscheurend. Daar moeten we ons niets van aantrekken, houdt Descartes ons voor. De hond voelt geen echte pijn. Dat kan hij niet. Het janken is een mechanische reactie.’ Descartes was een extremist. Maar het standpunt dat mensen wel gelukkig kunnen zijn, en dat dieren daarvoor te stom zijn, domineert de filosofie. Porcratist Rozemond zet zijn eigen theorie daar tegenover. De meeste van de filosofen die zich superieur achtten aan dieren waren zelf ongelukkig. Descartes was niet gelukkig, Socrates niet, en van Schopenhauer vond je het ook niet erg als hij je verjaardag vergat. Toch legden ze hun vinger op de zere plek, vindt Rozemond. Ze vertellen ons dat we niet gelukkig zijn. En dat klopt vaak, al zeggen we het niet hardop. Rozemond heeft een theorie over de herkomst van ons ongeluk. ‘De mens is geëvolueerd in ecosystemen waar weinig te halen was. Die schaarste heeft gevolgen gehad voor onze psychologie. We zijn geëvolueerd tot een wezen dat altijd meer wil, naar meer streeft. Die eigenschap hield ons vroeger in leven, maar keert zich nu, nu we leven in overvloed, tegen ons. We creëren een consumptiemaatschappij waarin we streven naar dingen die we niet echt nodig hebben. Dat neemt ons zo in beslag dat we niet gelukkig kunnen zijn.’ Varkens, betoogt porcratist Rozemond in zijn boek, kunnen dat wel. Daarom zouden we ze als voorbeeld moeten nemen. We zouden moeten proberen om met net zo weinig net zo gelukkig te worden als de leveranciers van onze karbonades. ‘Nou kan het zijn dat varkens anders zijn dan ik denk’, bekent Rozemond. ‘Volgens Wageningse wetenschappers vervelen varkens zich dood, en hebben ze misschien speelgoed nodig. Als dat zo is, dan ondergraaft dat mijn theorie, want het betekent dat varkens toch niet zulke gelukkige wezens zijn. Nou ja. De varkens in mijn boek zijn eigenlijk een metafoor. Zo moet je dat zien.’

Advertenties